Een virusinfectie of bacteriële infectie?
Bij klachten zoals verkoudheid, griep, keelpijn of hoesten vragen veel mensen zich af: heb ik een virusinfectie of een bacteriële infectie? Dat is een logische vraag, want het verschil bepaalt vaak wat wel en niet helpt als behandeling. In dit artikel leggen we het verschil uit tussen deze typen infecties.
Wat is een virusinfectie?
Virussen zijn heel klein en kunnen zich alleen vermenigvuldigen in menselijke cellen.
Bekende virusinfecties zijn:
- Verkoudheid
- Griep (influenza)
- COVID-19
- Veel keel- en luchtweginfecties
Kenmerken van een virusinfectie
Virusinfecties verlopen vaak volgens een vast patroon:
- klachten beginnen geleidelijk;
- vaak meerdere klachten tegelijk (bijvoorbeeld snotteren, hoesten, keelpijn, spierpijn);
- soms koorts, meestal niet extreem hoog;
- het lichaam ruimt het virus zelf op.
De meeste virusinfecties genezen vanzelf binnen enkele dagen tot een week.
Behandeling van een virusinfectie
Antibiotica hebben geen effect op virussen. Behandeling bestaat daarom uit:
- rust nemen;
- voldoende drinken;
- eventueel een pijn- of koortsverlagend zelfzorgmedicijn nemen, zoals paracetamol;
- of bijvoorbveeld een neusspoeling of zoutoplossing bij verkoudheidsklachten.
Deze middelen genezen de infectie niet, maar verlichten de klachten terwijl het lichaam herstelt.
Wat is een bactieriële infectie?
Bacteriën kunnen zelfstandig leven en zich vermenigvuldigen. Veel bacteriën zijn onschadelijk of zelfs nuttig, maar sommige kunnen een infectie veroorzaken.
Voorbeelden van bacteriële infecties zijn:
- Longontsteking (soms)
- Blaasontsteking
- Krentenbaard
- Sommige keelontstekingen\
Kenmerken van een bacteriële infectie:
- klachten houden langer aan of worden erger;
- vaak één duidelijke plek met klachten (bijvoorbeeld alleen de blaas of longen);
- soms hoge koorts;
- je echt ziek voelen.
Let op: deze kenmerken zijn niet bepalend. Alleen een arts kan beoordelen of het om een bacterie gaat.
Behandeling bij een bacteriële infectie
Sommige bacteriële infecties genezen vanzelf. In andere gevallen kan de huisarts antibiotica voorschrijven. Antibiotica doden bacteriën of remmen hun groei.
Volgens de medische richtlijnen worden antibiotica alleen gebruikt als:
- de infectie ernstig is;
- er een verhoogd risico op complicaties bestaat;
- het lichaam de infectie niet zelf aankan.
Onnodig gebruik van antibiotica kan leiden tot resistentie: bacteriën worden ongevoelig voor antibiotica, waardoor infecties in de toekomst moeilijker te behandelen zijn.
Verkoudheid en griep: virus of bacterie?
- Verkoudheid wordt vrijwel altijd veroorzaakt door een virus.
- Griep is een virusinfectie (influenza).
Antibiotica helpen hier dus niet tegen.
Soms kan er naast een virusinfectie ook een bacteriële infectie ontstaan. Dit komt bijvoorbeeld voor bij:
- langdurige klachten;
- plotselinge verslechtering na eerder herstel;
- opnieuw (hoge) koorts.
In zulke gevallen is het verstandig contact op te nemen met de huisarts.
Wanneer contact ook opnemen met de huisarts?
Neem contact op met de huisarts bij:
- klachten die langer dan 7–10 dagen aanhouden;
- hoge koorts die niet zakt;
- benauwdheid of pijn bij ademhalen;
- ernstige ziekteverschijnselen;
- twijfel of zorgen over uw klachten.
De huisarts kan beoordelen of verder onderzoek of behandeling nodig is.
Tot slot
Het verschil tussen een virusinfectie en een bacteriële infectie is niet altijd direct te zien. Veel voorkomende klachten zoals verkoudheid en griep worden veroorzaakt door virussen en genezen meestal vanzelf. Antibiotica zijn dan niet nodig en werken ook niet.
Door klachten goed uit te zieken, eventueel een zelfzorgmiddel te gebruiken om de klachten te verlichten en niet onnodig antibiotica te gebruiken, help je niet alleen jezelf, maar help je ook mee aan het behoud van werkzame antibiotica in de toekomst.