Gewicht in balans

Hoe weet je of je een gezond gewicht hebt? Dat kun je op twee manieren meten. De meest gebruikte methode is de BMI (body mass index). Deze geeft de verhouding weer tussen je gewicht en je lengte en daarmee een schatting van het gezondheidsrisico van je lichaamsgewicht.

Je berekent de BMI als volgt: stel, je bent 1.89 meter lang en weegt 85 kilo. Je deelt 85 door 1.89 en vervolgens nogmaals door 1.89. De BMI is dan 23,8. Een BMI van minder dan 18,5 duidt op ondergewicht. Een BMI van 18,5 tot 24,9 hoort bij een normaal gewicht. Een BMI van 25 tot 30 betekent overgewicht en een BMI van meer dan 30 staat voor obesitas.

Een andere methode is het meten van het vet rondom je buik, omdat dit vet nadelig is voor je gezondheid. Meet, nadat je hebt uitgeademd, de middelomtrek tussen de onderkant van het onderste rib en de bovenkant van het bekken. Vrouwen met een buikomvang vanaf 80 cm en mannen met een buikomvang vanaf 94 cm hebben overgewicht.

Over het algemeen geven de Body Mass Index (BMI) en de middelomtrek meestal dezelfde uitkomst. Is dat bij jou niet zo? Dan kun je het beste het resultaat van de middelomtrek aanhouden. Dit neemt namelijk het extra risico van te veel buikvet mee.

Wat is je situatie?