Veelgestelde vragen

Welke vitamines zijn er?

Er bestaan in totaal 13 officieel erkende vitamines. Vitamines zijn organische stoffen die alleen in de levende natuur voorkomen. Vitamines en mineralen stimuleren een goede weerstand om ziektes voor te blijven en ze zijn belangrijk voor de normale functionering van het lichaam. Het woord vitamine komt van het Latijnse woord ‘vita’ wat ‘leven’ betekent en ‘amine’ is een groep stikstofhoudende stoffen. Het woord vitamine geeft aan dat deze stoffen nodig zijn voor het leven.

Het lichaam is over het algemeen niet in staat zelf vitamines aan te maken. Vitamines krijg je binnen via het dagelijkse voedsel. Voor sommige risicogroepen, zoals chronisch zieken, rokers, zwangere vrouwen, baby’s en ouderen adviseert de Gezondheidsraad een minimale aanvulling van bepaalde vitamines en mineralen.

Welke vitamines zijn er?

Vitamine A – Retinol: voor weerstand tegen infecties, voor het gezichtsvermogen, een gezonde huid, gezond haar en tandvlees, voor de vorming van bloedvaten en slijmvliezen. Zit vooral in margarine, melkvet, lever, eieren, vis, fruit en wortel (peen).

Vitamine B1 – Thiamine: maakt energie vrij uit koolhydraten. Voor hart- en zenuwstelsel en reguleert de eetlust. Zit vooral in brood, granen, melk, vlees, aardappelen, groenten en gist.

Vitamine B2 – Riboflavine: maakt energie vrij uit koolhydraten en eiwitten. Voor spijsvertering en zenuwstelsel, gezonde huid, ogen en gezond haar. Zit vooral in melk, vlees, brood, graanproducten, groenten en gist.

Vitamine B3 – Niacine: maakt energie vrij uit koolhydraten, vetten en eiwitten. Voor een gezonde huid en functioneren van zenuwstelsel. Zit vooral in melk, aardappelen, brood, vlees en groenten.

Vitamine B5 – Pantotheenzuur: voor het herstel van weefsel, de opbouw en afbraak van eiwitten, koolhydraten en vetten en voor de vorming van hormonen. Zit vooral in vlees, eieren, volkorenproducten, peulvruchten, melk en melkproducten en groente en fruit.

Vitamine B6 – Pyridoxine: verhoogt de weerstand, voor de vorming van rode bloedcellen en bescherming tegen hart- en vaatziektes. Speelt een rol bij de eiwitstofwisseling. Zit vooral in lever, vlees, vis, melk, kaas, eieren en soja.

Vitamine B8 – Biotine: voor de energievoorziening, ontwikkeling van huid en haar en de vorming van vetzuren. Speelt een rol bij de stofwisseling van koolhydraten en vetten. Zit vooral in lever, nier, eidooier, gist, noten en granen.

Vitamine B11 – Foliumzuur: verlaagt de kans op een miskraam en aangeboren afwijkingen, zoals een open ruggetje. Voorkomt bloedarmoede en hart- en vaatziekten en aantasting van zenuwcellen. Zit vooral in brood, groenten, vlees, melk, eieren en gist.

Vitamine B12 – Cyano: belangrijk voor de bouw van erfelijk materiaal en de werking van het zenuwstelsel. Zit vooral in vlees, lever, melk, eieren, kaas en marmite.

Vitamine C – Ascorbinezuur: bevordert de opname van ijzer en wondgenezing. Goed tegen vermoeidheid. Voor gezond bindweefsel. Verhoogt de weerstand en is goed voor gezonde botten, tanden en bloedvaten. Goed bij herstel van virusinfecties. Zit vooral in fruit (m.n. citrus), aardappelen en groenten.

Vitamine D – Cholecalficerol, Ergocalciferol: werkt weerstandverhogend, goed voor opbouw van botweefsel, tanden en kiezen. Zit vooral in voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong, zoals vette vis en in margarine.

Vitamine E – Tocoferol: bevordert de opname van zuurstof in cellen, vertraagt het verouderingsproces, verhoogt het afweersysteem. Zit vooral in plantaardige oliën, granen, eieren en bladgroenten.

Vitamine K – Fylloquinon, Menquinon: voor bloedstolling en aanmaak botten. Zit vooral in bladgroenten (kool), tomaten, tarwe, eieren, lever en vis.

Voor meer informatie over vitamines en mineralen kun je op de site van het Voedingscentrum en het Vitamine Informatie Buro kijken.