Veelgestelde vragen

Hoe werkt het afweersysteem en immuniteit bij kinderen?

Het afweersysteem van kinderen is nog niet gerijpt. Dat afweersysteem moet ‘leren’ wat voor het lichaam schadelijk is. Na een eerste keer in contact geweest te zijn met een schadelijke stof of een virus, bouwt het afweersysteem van het kind een speciale verdediging op. Die eerste keer zal het nog ziek worden, maar de volgende keren herkent het afweersysteem de ‘aanvaller’ direct en maakt hem onschadelijk. Dit heet immuniteit.

In de geneeskunde wordt van deze kennis dankbaar gebruik gemaakt door kinderen in te enten tegen echt gevaarlijke ziekten. Typische kinderziekten als mazelen en roodvonk komen bij volwassenen zelden voor omdat vrijwel alle volwassenen al ‘immuun’ zijn door de afweerstoffen die hun lichaam sinds de eerste kennismaking met de ziekteverwekker heeft gevormd. Zo’n ziekteverwekker – het poliovirus bijvoorbeeld – kan in afgezwakte, en daarom niet meer echt bedreigende, vorm aan een kind worden toegediend. Als reactie bouwt het afweersysteem een verdediging op die vele jaren, soms voor het leven, werkzaam blijft.

Van sommige ziekten , zoals roodvonk, vinden artsen dat kinderen die beter ‘gewoon’ kunnen krijgen dan dat ze er tegen ingeënt worden; de afweerreactie is dan optimaal en de ziekte is zelden bedreigend. Hetzelfde geldt voor veel verkoudheidachtige aandoeningen. Kinderen zijn nog erg gevoelig voor infecties of irritaties van de slijmvliezen, vooral die van de luchtwegen en ze zijn daarom vaker en sneller verkouden dan volwassenen. Tegen de puberteit zijn die overgevoeligheden over het algemeen helemaal voorbij.

Net zoals voor volwassenen geldt ook voor kinderen: tegen verkoudheid kun je je niet laten vaccineren (inenten), wat tegen veel andere virusinfecties wel kan. De reden daarvoor is dat een verkoudheidsvirus er elk jaar weer iets anders uitziet en daarom onvoldoende door het afweersysteem herkend wordt.