Overgevoeligheid voor geneesmiddelen
Bewust werd het woord ‘geneesmiddelenallergie’ hier niet gebruikt. Het probleem ligt namelijk veel gecompliceerder. We noemen iemand vaak allergisch als hij bepaalde medicijnen niet verdraagt en er onaangename bijverschijnselen ontstaan, maar er kunnen heel andere mechanismen in het spel zijn. Zo ontdekte men alweer een tijd geleden bij pasgeborenen die voor infectieziekten behandeld werden met het overigens uitstekende antibioticum chlooramfenicol, dat er een asgrijze verkleuring van de huid ontstond. De buik zwol op, de temperatuur van hun lichaam daalde en zij raakten in een shocktoestand. Hier was geen sprake van allergie maar van vergiftiging. Die was hier opgetreden omdat bepaalde enzymsystemen die normaal chlooramfenicol afbreken, bij pasgeboren kinderen nog onvoldoende functioneren.
Bij ‘geneesmiddelen intolerantie‘ zijn vaak overeenkomstige mechanismen in het spel. Zo zijn er mensen die ernstig ziek worden na het innemen van bepaalde middelen tegen malaria. Diezelfde mensen krijgen echter ook last als ze tuinbonen gaan eten. Dat kan zelfs tot een levensbedreigende afbraak van rode bloedlichaampjes leiden. Deze mensen hebben een erfelijk gebrek, een tekort aan G6PD (Glucose-6-Phosphaat Dehydrogenase), waardoor tuinbonen en bepaalde medicijnen voor hen vergif zijn.
Een voorbeeld van een echte geneesmiddelenallergie is soms te zien na toediening van anti-tetanusserum aan iemand met een diepe wond die mogelijk met tetanussporen is besmet. Dat anti-tetanusserum is meestal afkomstig van een paard en bevat naast de daarin aanwezige antistoffen tegen tetanus, ook de eiwitten van een paard, waartegen het menselijke organisme dan afweerstoffen maakt. Als later nogmaals anti-tetanusserum wordt toegediend, kan een heftige immunologische afweerreactie optreden. De meeste geneesmiddelenallergieën zijn echter nog veel gecompliceerder, omdat moderne medicijnen vaak uit eiwitten, polysacchariden en polypeptiden zijn opgebouwd, waartegen het lichaam afweerstoffen kan opbouwen. Niet zelden blijken het ook de afbraakproducten van die geneesmiddelen te zijn, waartegen ons immuunsysteem reageert. Eenvoudiger wordt het allerminst en vooral niet als bepaalde geneesmiddelen jarenlang uitstekend worden verdragen en er dan opeens wel een allergie optreedt.
Om overgevoeligheidsreacties op te wekken hoeven de hoeveelheden toegediende medicijnen maar buitengewoon gering te zijn. Zo kan iemand doodziek worden na het innemen van een aspirientje. Ook kan de allergie zich op chemisch verwante stoffen richten. Men spreekt dan van een ‘kruisovergevoeligheid’. Zoiets komt bijvoorbeeld voor bij een penicilline-allergie. De patiënt in kwestie kan dan ook heftige huidreacties of astma-aanvallen krijgen na het innemen van andere – maar chemisch verwante – antibiotica: bijvoorbeeld cefalosporinen. Er kan ook een gevaarlijke sensibilisatie ontstaan indien een medicijn eerst in de huid gewreven wordt en hetzelfde middel later in de vorm van tabletten worden toegediend. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij gebruik van antimuggencrème en tabletten tegen zeeziekte.
Ook de combinatie van medicijnen en zonlicht geeft vaak aanleiding tot heftige huidreacties, bijvoorbeeld als men na het gebruik van bacteriedodende sulfapreparaten in de zon gaat zitten of tijdens de kuur eieren gaat eten.
In principe kunnen alle geneesmiddelen ongewenste bijwerkingen of allergische reacties geven. Lees dus altijd de bijsluiter, ook bij het gebruik van zelfzorggeneesmiddelen.

