Onderbuik Vrouw
De onderbuik van de vrouw bevat behalve de nieren, de blaas en urineleider ook enkele typisch vrouwelijke organen: de eierstokken, eileiders en de baarmoeder.
Beide urineleiders komen vanuit de nieren aan de zijkant de blaas binnen. De blaas fungeert als een tijdelijke opslagruimte voor urine en zorgt zelf voor afvoer door middel van een laag spieren met een sluitspier. Via de urinebuis verlaat de urine het lichaam.
Voortplantingsorganen
De baarmoeder is een peervormig orgaan, 7 tot 10 centimeter lang. Het ligt tussen de blaas en de endeldarm. De wanden van de baarmoeder liggen tegen elkaar aan, waardoor de baarmoeder eigenlijk geen holte is. De buitenkant is gespierd en de binnenzijde is bekleed met baarmoederslijmvlies. Dit slijmvlies is bedoeld om een bevruchte eicel in te laten nestelen. Aan de onderkant is de baarmoeder via de baarmoedermond verbonden met de vagina en aan de bovenkant met de twee eileiders en eierstokken.
Eierstokken
In de eierstokken rijpt maandelijks een eiblaasje en produceert daarbij het hormoon oestrogeen. Een meisje heeft bij de geboorte zo’n twee miljoen onrijpe eicellen. Een eicel rijpt in de zakvormige Graafse follikel. Als de follikel in de eierstok barst, vindt de eisprong plaats en wordt de eicel via de eileider naar de baarmoeder getransporteerd.
Menstruatie
Onder invloed van de hormonen die de eierstokken afscheiden, treden bij de vruchtbare vrouw met een bepaalde regelmaat verandering op. Deze cyclus noemen we menstruatiecyclus en duurt normaal ongeveer vier weken. Dit kan wat korter of langer zijn.
Het baarmoederslijmvlies neemt direct na een menstruatie in dikte toe onder invloed van oestrogene hormonen; na de eisprong ook onder invloed van progesteron. Zo maakt het baarmoederslijmvlies zich geschikt voor innesteling van een bevruchte eicel. Als er geen zwangerschap volgt, wordt het slijmvlies tijdens een menstruatie uit het lichaam verwijderd via de vagina.

