Neus

De neus is het reukorgaan. Het heeft twee neusgaten met daarin neusharen. Neusharen filteren de lucht en voorkomen dat bij het inademen schadelijke deeltjes in de longen terechtkomen. De neus gaat over in de neusholte die tot achterin de keel doorloopt.

Het verdikte lymfklierweefsel in het dak van de neus-keelholte, is de neusamandel. De neusamandel is vooral bij jonge kinderen aanwezig. Vanaf ongeveer het 8e levensjaar wordt deze kleiner.

In de neusholte bevinden zich links en rechts symmetrisch drie dunne, met slijmvlies beklede botplaten die het inwendig oppervlak van de neusholte aanzienlijk vergroten. Deze plooien vangen de kleine deeltjes op die in de ingeademde lucht aanwezig zijn. Ze zijn goed doorbloed en verwarmen zo de lucht die ingeademd wordt.

Niezen

De linker- en rechterneusholte zijn van elkaar gescheiden door een neustussenschotje. Het voorste deel hiervan bestaat uit kraakbeen en het achterste gedeelte uit bot. In het slijmvlies van het tussenschot lopen veel oppervlakkige bloedvaatjes. Als het neusslijmvlies geprikkeld wordt, treedt er een beschermende reflex in werking, namelijk het niezen. Dat is een onwillekeurige inademing, gevolgd door een explosieve uitademing door de neus, waardoor eventuele vastzittende of prikkelende deeltjes met het neusslijm naar buiten komen.

Ruiken

De neus zit vol met dunne haartjes en zenuwen. De haartjes vangen geuren op en turbulentie in de luchtstroom zorgt ervoor dat geurstoffen naar het reukslijmvlies bovenin de neusholte worden getransporteerd. De zenuwen sturen boodschappen over de reuk naar de hersenen. Reuk werkt nauw samen met smaak. Als je eet of drinkt, ruikt je neus de geur en proeft je tong de smaak.

0 stemmen