Mond- en gebitsklachten

In veel gevallen zijn klachten met betrekking tot gebit, tandvlees of adem toe te schrijven aan te weinig aandacht voor de mondhygiëne of voor een gezonde voeding. In de mond wemelt het van de bacteriën: nuttige en schadelijke. Net zoals dat voor de rest van het spijsverteringssysteem geldt, bestaat er een evenwicht tussen nuttige en schadelijke micro-organismen zolang het lichaam in een goede conditie verkeert. Maar wanneer – plaatselijk of in het hele lichaam – het ‘milieu’ gunstig is voor ongewenste bacteriën, is de kans op een infectie en ontstekingen groot.

Gaatjes, slechte adem en tandplak

Bij klachten in de mond gaat het vaak om ontstekingen. Andere aandoeningen zijn cariës of tandbederf, slechte adem of pijn bij het doorbreken van nieuwe tanden.

Tandbederf is aantasting van tanden of kiezen waarbij eerst een gaatje in de buitenste beschermende glazuurlaag valt en vervolgens het tandbeen daaronder wordt aangetast. Suiker in de mond – snoepen, zoete dranken – geeft een explosieve groei van bacteriën die zuur afscheiden, wat weer op het glazuur invreet.

Gebitsproblemen voorkomen

Het voorkomen van gebitsproblemen vergt misschien een beetje discipline, maar is de moeite waard. De gouden regels om problemen aan het gebit te voorkomen zijn goed poetsen en flossen, gezond eten, weinig suiker gebruiken, eventueel fluortabletten nemen of een fluorhoudende tandpasta gebruiken en matig zijn met tabak en alcohol.

Tandaanslag kan grotendeels voorkomen worden door het gebruik van medicinale tandpasta’s. Dat geldt ook voor gevoelig tandvlees.

0 stemmen