Longen
Het menselijk lichaam heeft twee longen: een linker- en een rechterlong. De longen hebben twee belangrijke taken: ze voorzien het lichaam van zuurstof en ze stoten kooldioxide uit. Bij elke ademhaling komt zuurstofrijke lucht de longen binnen. Het bloed neemt de zuurstof op en verspreidt het naar alle delen van het lichaam. Alle kooldioxide die het lichaam produceert, wordt via het bloed teruggevoerd naar de longen die dit bij het uitademen weer wegwerken. Een volwassene ademt 12 tot 20 keer per minuut.
Lucht stroomt naar binnen via de neus of de mond, en vervolgens door de luchtpijp. De luchtpijp splitst zich in twee kleine takken, de bronchiën. De bronchiën splitsen zich weer in kleinere takjes, de longblaasjes of alveoli. De uiteinden van deze longblaasjes bestaan uit een aantal kleine ‘zakjes’ met cellen. De longblaasjes zijn zeer kleine en tere membraampjes waar de gasuitwisseling met het bloed plaatsvindt. De longen bevatten ongeveer 3 miljoen longblaasjes die tezamen een oppervlakte hebben van ongeveer 235m2.
Middenrif of diafragma
De longen worden rondom beschermd door de ribben. Aan de onderkant van de longen zit het middenrif (diafragma): een sterke, platte spier die naar beneden gaat bij het inademen en omhoog gaat bij het uitademen. Als het middenrif naar beneden gaat, neemt de druk in de longen en de borstholte af en het volume toe. Hierdoor kan lucht de longen instromen. Als het middenrif omhoog gaat, gebeurt het omgekeerde: het volume van de longen neemt af en de druk in de longen neemt toe. Lucht stroomt dan de longen weer uit.
Longinhoud
De longen hebben een inhoud van 5 tot 7 liter. In rust wordt maar een klein gedeelte van de totale inhoud in en uit geademd. Tijdens het sporten heeft het lichaam meer zuurstof nodig en wordt er meer van de longcapaciteit gebruikt. De capaciteit van de longen verschilt per persoon. Gewicht, conditie en roken zijn van invloed op de hoeveelheid lucht die met een diepe inademing kan worden opgenomen.

