Keel

De keel is de holte achter in de mond en is het gebied waar zowel het spijskanaal begint als de opening zit naar de luchtwegen. De belangrijkste taken van dit gebied zijn de spraak, het vervoeren van voedsel naar de maag en het voorkomen van verslikking. Voorin de keelholte zitten de keelamandelen die de keel en de luchtwegen beschermen tegen infecties. De huig is de scheiding naar de neusholte. De keelholte herbergt vervolgens aan de voorzijde de luchtpijp en aan de achterzijde de slokdarm. In de luchtpijp zit het strottenhoofd dat wordt afgeschermd door het strotklepje. In het strottenhoofd bevinden zich de stembanden. De luchtpijp komt uit in de longen en de slokdarm in de maag. Als je slikt, sluit de huig de opening naar de neusholte af en het strotklepje sluit de luchtpijp. Op die manier komt speeksel en voedsel terecht in de slokdarm en niet in de luchtpijp. Als je je verslikt, sluit het strotklepje te laat, waardoor er iets ‘in het verkeerde keelgat’ belandt.

Bij het ademhalen staan de huig en het strotklepje juist open zodat lucht door de luchtpijp naar de longen kan stromen.

0 stemmen