Geneesmiddelen in vaste vorm
Tabletten
Tabletten worden gemaakt door onder hoge druk de juiste hoeveelheid werkzaam geneesmiddel en hulpstoffen samen te persen. Sommige tabletten hebben een breukgleuf, waardoor ze gemakkelijker in tweeën te breken zijn. Vaak staat ook het fabrieksmerk erop. Tabletten slik je meestal door met een paar slokken water. Soms moet je ze eerst uit elkaar laten vallen in een glas water. Na enkele minuten lost het tablet op.
Bruistabletten lossen op onder vorming van kleine koolzuurbelletjes. Vaak hebben die tabletten een smaakje, zodat het makkelijker is om op te drinken. Omdat een bruistablet goed oplosbaar is, geeft het meestal geen maagklachten.
Zuigtabletten smelt je in de mond bijvoorbeeld als je een pijnlijke, rode keel hebt. Meestal bevatten ze ook desinfecterende stoffen, maar de werking komt vooral doordat zuigtabletten de speekselvorming stimuleren. Sommige tabletten moeten onder de tong worden gelegd. Ze lossen daar op en worden opgenomen in het bloed. Daardoor werken ze sneller dan soortgelijke tabletten die via de maag en de darmen gaan.
Van granulaat of korreltjes neem je er meestal een paar tegelijk in de mond, waardoor je een groter oppervlak bereikt met het medicijn.
Retardtabletten zijn tabletten met vertraagde werking. Na het innemen komt het werkzame bestanddeel langzaam vrij uit de tablet, waardoor het een lange en goed gedoseerde werking heeft. Retardtabletten mag je niet doorbijten.
Dragees
Een dragee is een tablet met een hard laagje eromheen, waardoor het wat steviger wordt en ook gemakkelijker door de slokdarm glijdt. Soms zit er een zuurresistent laagje omheen zodat de dragee niet uit elkaar valt in de zure maaginhoud, maar pas in de dunne darm.
Capsules
Capsules zijn kleine kokertjes van gelatine of een ander vrij stevig materiaal, die zijn gevuld met de werkzame stoffen. Het gelatine-omhulsel lost op in de maag of dunne darm waardoor de werkzame bestanddelen daar vrijkomen.


