Cholesterol

Het woord cholesterol heeft vaak een negatieve lading. Een te hoog cholesterolgehalte is immers niet goed voor je. Maar hoe weet je of je dit hebt? Wanneer moet je het laten controleren? Wat zijn de risico’s en hoe kun je het voorkomen?

Goed en slecht cholesterol

Cholesterol is echter niet per se negatief. Cholesterol is een vetachtige stof die voor 70% door de lever wordt aangemaakt voor de opbouw van cellen en hormonen en het is nodig voor de spijsvertering. Je hebt goed cholesterol, het zogenaamde HDL (Hoge Dichtheid Lipoproteïne) en slecht cholesterol, het LDL (Lage Dichtheid Lipoproteïne). Het LDL vervoert de cholesterol via het bloed naar de cellen die erom vragen. Het gevaar is dat er cholesterol achterblijft dat aan de aderen kleeft. Er treedt dan aderverkalking op. Als dit leidt tot het afsluiten van een ader spreek je over een infarct. Het HDL zorgt ervoor dat het teveel aan cholesterol weer teruggevoerd wordt naar de lever. Het is belangrijk om het LDL en HDL in evenwicht te houden.

Het gevaarlijke van cholesterol is, dat je het niet merkt als je een te hoog gehalte hebt, dus te veel LDL in je bloed. 1 op de 3 mensen heeft hier last van. Bij een gezond persoon ligt de waarde op 5. Bij hartpatiënten en personen met diabetes (type 2), mag de waarde slechts op 2,5 liggen. Voor hen is het zeker belangrijk om zich te laten controleren. Andere risicofactoren zijn: hoge bloeddruk, overgewicht en roken. Ook komt het in bepaalde families meer voor dan in andere.

Wat kun je zelf doen aan cholesterol?

Mocht je een te hoog cholesterol hebben, dan kun je zelf ook veel doen. Niet roken, niet te veel drinken, wel veel bewegen, gezond en gevarieerd eten.

Wanneer naar de dokter?

Wanneer het cholesterol te hoog blijft, kun je medicijnen krijgen. Deze zogenaamde ‘statines’ zorgen ervoor dat de aanmaak van cholesterol in de lever verlaagd wordt. Als je onzeker bent over je cholesterolgehalte, kun je dit laten controleren. Een simpel prikje geeft de waarde van het cholesterol aan.

0 stemmen