Bloed

Bloed is van levensbelang. Bloed transporteert via de bloedsomloop essentiële stoffen als zuurstof, afvalstoffen, voedingsstoffen, koolzuur en antistoffen. Het hart is de motor van dit transport en regelt de bloeddruk. Ook bevat het bloed boodschappers, zoals hormonen. Deze zorgen ervoor dat de verschillende lichaamsfuncties goed op elkaar worden afgestemd. Als er een beschadiging van het lichaam optreedt, reageert het bloed door te stollen. Ook de lichaamstemperatuur wordt geregeld door het bloed.

Een volwassene heeft zo’n 4,5 tot 5 liter bloed in zijn lichaam. Het bloed maakt ongeveer 1/13 deel van ons lichaamsgewicht uit. Dagelijks wordt er ongeveer 7.500 liter bloed rondgepompt.

Bloedcellen

Bloed bestaat uit bloedplasma en bloedcellen. Het bloedplasma is het bloed zoals wij dit zien. Het is de vloeistof die zich tussen de cellen bevindt. Het bestaat voor 90% uit water. Daarnaast bevat het bloed miljarden bloedcellen.

We kennen drie soorten bloedcellen:

  • Rode bloedcellen of erytrocyten; ze geven bloed de rode kleur door de bloedkleurstof hemoglobine. Dat kan in korte tijd veel zuurstof binden. Die zuurstof wordt getransporteerd naar de zuurstofarme gebieden in het lichaam. Daar wordt de zuurstof afgegeven aan de cellen, die het nodig hebben voor de verbranding, waarbij energie vrijkomt.
  • Witte bloedcellen. Leukocyten is de verzamelnaam voor alle soorten witte bloedcellen. Ze vormen een belangrijke component van het immuunsysteem en nemen sterk in aantal toe bij aanwezigheid van lichaamsvreemde stoffen en ontstekingen.
  • Bloedplaatjes of trombocyten zorgen voor de bloedstolling. Bloedplaatjes zijn eigenlijk geen volledige cellen, maar fragmentjes van cellen.

Bloedgroepen

De vier belangrijkste bloedgroepen zijn A, B, AB en 0 (nul). Ook bevat het bloed al dan niet een rhesusfactor. Als iemand rhesusnegatief is (dit geldt voor ongeveer 16% van de Nederlandse bevolking), heeft hij geen rhesusfactor. Er worden dan antistoffen tegen de rhesusfactor aangemaakt, zodra men in aanraking komt met rhesuspositief bloed. Bij een zwangerschap wordt daarom altijd de bloedgroep gecontroleerd. Op het moment dat de moeder rhesusnegatief is en het kind rhesuspositief, maakt de moeder antistoffen aan tegen het positieve bloed. Dit kan tot complicaties leiden en daarom krijgt de moeder rond de 30e week of direct na de bevalling een injectie om te voorkomen dat haar lichaam antistoffen aanmaakt.

 

Loading ... Loading ...